19-11-11

C’est curieux !

Onlangs stond er in de regionale krant een opvallend bericht: tijdens zijn staatsbezoek aan Armenië begin oktober had president Sarkozy een sculptuur aangeboden om de goede relatie tussen beide landen te onderstrepen. Daar is op zich niets vreemds aan ware het niet dat het een copie betrof van een beeld van Rodin dat de schilder Jules Bastien-Lepage voorstelt. Buitengewoon curieus!

Het origineel staat bij de graftombe van Bastien-Lepage in Damvillers, zijn geboorteplaats in het noorden van de Meuse. Men vraagt zich af waarom gekozen is voor dit specifieke kunstwerk dat werd opgericht ter nagedachtenis aan een bijzondere schilder die helaas jong is overleden en niet voor een oorspronkelijk werk dat de band tussen Armenië en Frankrijk symboliseert.

Niets lijkt te duiden op specifieke banden tussen beide kunstenaars en Armenië en een motivering van deze keuze is ook niet te vinden. Zowel de websites van het Musée Rodin als van de Franse regering en verschillende nieuwsbronnen geven geen uitsluitsel op dit punt. In een politiek getinte toespraak bedankte Sarkozy zijn gastheer Armenië weliswaar voor alles wat de Armeense vluchtelingen zijn land hadden gebracht, en bovendien is Frankrijk altijd een heel goede ambassadeur van de eigen cultuur, maar de achtergrond van deze gift blijft een groot raadsel.

Bastien-Lepage heeft slechts een klein oeuvre achtergelaten. Niet erg bekend bij een groot publiek maar kenners weten zijn werk op waarde te schatten. Een groot deel van zijn schilderijen is verspreid over musea in Europa, Amerika en Australië en een kleine collectie is te zien in het museum in de citadel van Montmédy. Wie houdt van de Meuse en van kunst kan niet om het werk van Jules Bastien-Lepage heen.

Terecht is Damvillers trots op zijn illustere zoon en zijn leven en werk worden zorgvuldig in herinnering gehouden. Men beschouwt dit dan ook als een erkenning van «hun» schilder die zo treffend het leven in een arm boerendorp in beeld heeft gebracht.

01-11-11

De Grande Rue een eeuw geleden

De Grande Rue in de tijd dat er nog geen electriciteit was, aan het begin van de twintigste eeuw. Rechts voor het huis met gesloten luiken zijn een meisje en een kip te zien. Het is opvallend dat de ruimte voor het huis - het usoir - zo netjes en opgeruimd is. Waarschijnlijk omdat er geen inpandige stal is en de verdieping uitsluitend voor opslag van hooi werd gebruikt.


Deze foto toont een deel van de Grande Rue meer in de richting van Moscou. Het valt op dat er inmiddels electriciteit in het dorp was aangelegd. Het huis rechts staat er nog altijd en is een van de grotere panden van het dorp.


Een boerentafereel nog iets hogerop in de Grande Rue. Traditioneel werden de koeien altijd op stal gemolken waardoor er een voortdurend « va-et-vient » was van dieren. Het voordeel van deze methode was dat de mest meteen op de pluis voor de boerderij kon worden gegooid. En het nadeel is evident...


Ook deze kiek is gemaakt bovenaan de Grande Rue, maar dan in de richting van de kerk. Aan het uithangbord te oordelen is in het grote huis rechts een paardenhandelaar of hoefsmid gevestigd.

Illustere figuren

Frankrijk eert haar helden, want die strelen de nationale trots. Saint-Laurent kent slechts een klein aantal « historische figuren », één daarvan is Colonel Jean Reder van wie verder niets bekend is. Meer onderzoek is dan ook geboden. Naar hem is een klein straatje vernoemd waar vroeger een kleuterschool was en tegenwoordig bakkerij Anastasi is gevestigd.

De familie de Looz-Corswarem is een adelijk geslacht uit België, met vertakkingen naar Frankrijk en Duitsland. Leden van deze familie droegen de titel van hertog of prins. In de periode tussen grofweg 1880 en 1970 heeft een tak van deze familie in Saint-Laurent gewoond. Prins Camille de Looz-Corswarem (1853-1929) trouwde er in 1906 met Marie Féron, afkomstig uit het dorp. Er zijn verschillende geboorten, sterfgevallen en huwelijken geregistreerd in Saint-Laurent maar vooralsnog zijn er veel onduidelijkheden over deze familie. Enig speurwerk zal meer duidelijkheid moeten scheppen.

Prosper Rachon werd in 1830 geboren in Saint-Laurent als telg uit oude Lotharingse families. Hij overleed in 1922 in het naburige Saint-Jean-lès-Longuyon.

Als jezuïet was hij vanzelfsprekend actief in het onderwijs. Hij werkte niet alleen als onderwijzer op de school van Marville, maar doceerde ook aan colleges in Parijs en Amiens. «Le Révérend Père Rachon» zoals hij genoemd werd was ook lid van academische genootschappen en begiftigd met verschillende kerkelijke onderscheidingen, onder meer voor betoonde moed tijdens de eerste wereldoorlog.

Een volgende historische figuur is Jean-Pierre Henry, geboren in 1757 en telg uit een familie van wevers. Zijn geboortehuis staat er nog, in de straat die naar hem genoemd is. Tegenwoordig is het huis onbewoonbaar en de herinneringsplaquette op de gevel is zeer bescheiden. De gehele carrière van Henry speelde zich af in het leger, en vanwege zijn verdiensten werd hij door Napoleon benoemd tot Baron de l'Empire.

Pierre Toussaint - ook gespeld als Toussain - werd geboren te Saint-Laurent in 1499, en overleed in Montbéliard (Franche-Comté) op 5 oktober 1573. Hij speelde een belangrijke rol in de verspreiding van het protestantisme in Frankrijk (met name in het noord-oosten), en onderhield contacten met Hervormers zoals Calvijn. De straat die naar hem genoemd is loopt vanaf de Rue de la Chaussée richting Merles. De vraag is nu of hij daar inderdaad ook gewoond heeft.