19-01-14

La Grande Guerre

Dit jaar is het honderd jaar geleden dat de eerste wereldoorlog losbarstte. De herinnering hieraan is vandaag de dag nog altijd duidelijk aanwezig in het noorden van de Meuse aangezien dit gebied in de frontlinies lag. De eerste confrontaties tussen de Franse en Duitse legers vonden plaats rond Saint-Laurent. De oorlog richtte enorme verwoestingen aan en had een grote impact op de streek.

Een Franse soldaat geeft in zijn dagboek een ooggetuigeverslag van de vlucht van de dorpsbewoners vanwege het oprukken van de Duitse troepen (zie foto), eind augustus 1914. Uiteindelijk vonden zij in het zuiden van de Meuse een veiliger onderdak.

« Die avond keren we terug naar Longuyon om tegen middernacht weer te vertrekken zonder een moment geslapen te hebben. We gaan ons kamp opslaan in Saint-Laurent-sur-Othain op 9 kilometer van Longuyon, waar Generaal B. het bevel krijgt om het commando over te geven aan Generaal M.

De terugtrekking verloopt in goede orde, zonder verlies van wagens of kanonnen. En tot aan 11 september word er onophoudelijk slag geleverd. Voetje voor voetje trekken wij ons terug en moeten we terrein prijs geven, maar niet zonder grote verliezen toe te brengen aan de vijand. En we hebben pijn in het hart zonder te weten wat er gaande is rond deze terugtrekking die pas later kan worden verklaard.

Vanuit Saint-Laurent gaan we naar Dombras en vervolgens naar Merles (buurdorpen in de richting van Damvillers). De regimenten die opnieuw gegroepeerd en beter onder controle zijn, strijden zonder zwakte te tonen.

De radeloze inwoners versperren de wegen met hun karren waarop de vrouwen en kinderen zitten met matrassen, dekbedden en allerhande spullen die hen veeleer tot last zijn. Een boerenvrouw, met haar dochter achter zich aan, droeg drie hoeden die zo groot zijn als kerkklokken, een blauwe parasol en een paraplu. De dochter trok een koe voort aan een touw, en een kalfje van een maand oud trippelde er achteraan.

Voertuigen in allerlei soorten en maten, volgepropt met van alles en nog wat, reden maar door en blokkeerden de colonnes soldaten en artillerie en verlammen het doormarcheren van de konvooien.

De mensen huilden omdat ze in hun wanhoop alles achter hadden gelaten; de meesten hadden hun koeien in de stal gelaten en de varkens opgesloten. Het schouwspel van het verlaten van de dorpen was intriest. En de arme mensen draaiden zich telkens om en probeerden hun kerktoren nog te ontwaren, terwijl de ontploffingen van de granaten witte wolkjes in de lucht maakten. »

Meer hoef je eigenlijk niet te zeggen…