29-05-2012

Verrassing!

Op een mooie Pinksterdag maak je met de auto een ritje door de omgeving van Saint-Laurent. Je geniet van het zonovergoten land van de Meuse dat zich in alle tinten groen en geel golvend uitspreidt en, bijna weer thuis, rijdt je door een van de vele kleine dorpjes, Vittarville.

Plotseling zie je langs de weg een reusachtig ooievaarsnest op een hoge betonnen EDF-paal! Een imposant gezicht want op het nest staat een vogel zijn of haar jong te voeren. Af en toe strekt het jong zijn nek en zijn lange snavel omhoog met de vraag om een lekker hapje. Gewoon langs de straat, in een dorp, waar auto’s met een zekere regelmaat door rijden. Toegegeven, Vittarville is met zijn 80 inwoners geen drukke stad, maar je zou vermoeden dat de ooievaar de rust van de weilanden rondom het dorp zou opzoeken.

Ruim twintig jaar geleden is in het nabijgelegen Damvillers begonnen met een projekt om de stand van de ooievaar te bevorderen. Dat dit goed gelukt is wordt bewezen door het feit dat deze trekvogel elk voorjaar weer terug komt en dat het aantal ooievaars is toegenomen.

Een zeer succesvol initiatief dus en een mooie verrassing voor de argeloze toerist!

19-04-2012

Le printemps est arrivé

Ook al heeft het alom bekende liedje ‘Le printemps’ van Michel Fugain een heel hoog flower-power-gehalte, het is gewoon waar dat het voorjaar een hoop nieuwe energie losmaakt. Veel mensen zijn na de winter ongeduldig en kunnen niet wachten met het werk in de tuin. Spitten, zaaien, poten, snoeien en andere werkzaamheden zijn activiteiten die de ‘tuinspieren’ weer gaan activeren.

Op het Franse platteland is jardin altijd synoniem voor groentetuin want die geeft je tenminste te eten. De bloemetjes zijn ook populair maar komen toch op de tweede plaats. Voor het eenjarige (perk)goed is het nog een beetje vroeg maar als je momenteel bloemen wilt zien dan moet je naar het bos gaan. Omdat de bomen nog niet volledig in blad zijn kan het zonlicht nog goed doordringen tot de onderbegroeiing. En daar profiteren de voorjaarsbloeiers volop van! Met name de witte bosanemoon, sleutelbloem en pinksterbloem vormen uitgestrekte kleurige velden van witte, gele en violette bloemen.

Traditiegetrouw wordt er in het voorjaar grote schoonmaak gehouden. In Saint-Laurent heeft men zich dit jaar niet beperkt tot de huizen maar is er buiten ook van alles gebeurd. De lange rij populieren aan de rivier die zo goed de noordenwind tegenhield, heeft het veld moeten ruimen. Het staat een beetje kaal maar de peppel heeft nu eenmaal een korte levensduur. Daartegenover staat dat nu het uitzicht op het dal en de velden achter de huizen heel mooi is geworden en dat is ook wel wat waard. De vraag is wel of er weer nieuwe bomen zullen worden geplant.

09-02-2012

Ontdekking van een kleinood

Het is al vaker opgemerkt dat de Meuse rijk is aan kleine monumenten. Om die te ontdekken heb je een oplettend oog nodig want ze bevinden zich vaak op de meest onverwachte plaatsen. Zo heeft Gérard Cady, een historicus gespecialiseerd in de geschiedenis en architectuur van Montmédy en omstreken, onlangs een mooie ontdekking gedaan.

Tijdens zijn onderzoek voor een nieuwe publicatie over het dorp Jametz ontdekte hij op de gevel van een schuur een zestiende eeuws beeldhouwwerk dat Christus aan het kruis voorstelt. Het is een zogeheten drievuldigheidsbeeld van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Een ongewone plek voor een dergelijke sculptuur die je eerder verwacht bij een religieus gebouw of op een begraafplaats. Misschien was het lang onder een dikke laag crépi verborgen. Het lijkt sterk op de calvariekruisen die je buiten de dorpen langs de weg kunt vinden, bedoeld om de reiziger bescherming te bieden.

Ogenschijnlijk is Jametz een oninteressant dorp waar je snel doorrijdt. Maar wie de hoofdstraat verlaat ontdekt een oud dorp met karakteristieke boerderijen. Ooit was Jametz een vestingplaats compleet met omwalling en fortificatie. Resten hiervan zijn nog altijd zichtbaar aan de zuidkant van het dorp. Daar ligt ook een bijzondere wasplaats – met dubbel impluvium – dat in 2011 werd gerestaureerd.

Bron: l’Est Républicain, 9 februari 2012

09-01-2012

Water in overvloed

Het noorden van de Meuse - en met name de Woëvre - is een zeer waterrijk gebied dat wordt doorsneden door talloze riviertjes en beekjes. De bevolking heeft daar altijd gretig gebruik van gemaakt voor de aanleg van bijvoorbeeld wasplaatsen en vijvers die voor verschillende doeleinden worden benut zoals de drinkwatervoorziening (Etangs du Haut-Fourneau bij Mangiennes). Overvloedige regenval zoals zich de laatste tijd heeft voorgedaan leidt echter ook tot overlast zodat hier en daar zelfs bruggen en wegen moeten worden afgesloten.

In het kleine dorp Delut doet zich een spectaculair hydrogeologisch fenomeen voor dat «les bouillons de Delut» wordt genoemd. Het water spuit dan als een geyser uit de grond en zet met name het gebied rond de kerk helemaal blank. Dit komt doordat het dorp op een zogeheten karstplateau ligt, een geologische laag van kalksteen. Door spleten dringt er water in de kalksteen waardoor deze deels wordt opgelost en er kuilen (dolinen) en schachten (orgelpijpen) ontstaan. Uit onderzoek is gebleken dat deze onderaards verbonden zijn met elkaar en dat er zelfs verbindingen zijn tussen de rivieren Othain, Loison, en Thinte.

Wie dit wil zien moet snel zijn want doorgaans duren de bouillons niet lang.