25-07-03

Natuur

Het symbool van Lotharingen is de distel, de « chardon lorrain ». Deze is ondermeer terug te vinden in het logo van het regionale natuurpark, in de decoratieve kunst, maar bijvoorbeeld ook op oude inmaakbokalen en zelfs een postzegel. En natuurlijk groeien er volop verschillende soorten langs de wegen in de bermen.

In het voorjaar is de natuur op zijn mooist in de Meuse. Niet zo verwonderlijk want na de kale winter begint alles weer uit te lopen en is er overal bloesem. De opvallendste eerste bloeiers zijn de wilde kornoelje (cornus mas) met zijn tere gele bloempjes, in de bermen de sleutelbloem - die lokaal « coucou » wordt genoemd - en de witte bosanemoon. En niet te vergeten de witte bloesem van de sleedoorn en de krentenboompjes.

Saint-Laurent is omgeven door akkers, weiden en bossen. De keuterboeren van weleer zijn verdwenen en de moderne land- en bosbouw maakt gebruik van hedendaagse middelen en technieken. Toch is er langs de weg naar Marville nog een lapje verarmde kalkgrond dat voor boeren niet interessant is. Maar des te meer voor botanici die er orchideeën en een keur aan andere bijzondere planten kunnen ontwaren.

De kalkgraslanden zijn een interessant fenomeen waar vele zeldzame planten en insecten te vinden zijn. Deze natuurterreinen liggen verspreid over de regio en worden zorgvuldig beheerd. In Villécloye bij Montmédy ligt op een zonnige helling een kalkgrasland dat beheerd wordt door het Conservatoire des sites lorrains. Het loont zeer de moeite om hier in mei of juni naartoe te gaan voor de vele bijzondere planten en de mooie vergezichten. Daarna zijn de orchideeën uitgebloeid en worden de schapen losgelaten om te « maaien ». Ook in Charency-Vezin en Torgny (B) zijn er kleine natuurreservaten die erg interessant zijn. De bossen en natte gebieden in het kanton Spincourt vallen onder de speciale bescherming van het Europese project Natura 2000.

Floraine, de vereniging van Lotharingse botanici, heeft in 2002 een project opgestart dat de regionale flora in kaart brengt, met het doel deze te inventariseren en waar nodig te beschermen. In 2013 heeft dit geresulteerd in de publicatie van een kloeke atlas waarin 1800 plantensoorten beschreven staan.

Behalve de alom bekende zangvogels zijn er een aantal opvallende verschijningen. De streek rond Saint-Laurent is geliefd bij de ooievaar om te paren en te nestelen en de kraanvogel om te overwinteren, respectievelijk in Damvillers en Billy-les-Mangiennes waar voorzieningen zijn ingericht waar zij ongestoord hun gang kunnen gaan. De kerkuil oftewel « chouette » huist graag in kerktorens en schuren in de dorpen. Met zijn gekrijs en andere vreemde geluiden maakt hij menigeen 's avonds aan het schrikken. De rode wouw is een van de vele soorten roofvogels die over het land scheren op zoek naar prooi. De wielewaal tenslotte verbaast met zijn knalgeel verenkleed maar of hij ook « dudeljo » zingt in het Frans is niet duidelijk...

De Meuse is zeer bosrijk en daarom aantrekkelijk voor wild zoals reeën, wilde zwijnen en vele andere dieren. Helaas zijn de Fransen geboren jagers en van oktober t/m februari wordt er flink geknald. Ook wandelaars moeten dan op hun hoede zijn! Een vredelievender tijdverdrijf is het zoeken van paddestoelen. Bekende soorten zijn de weidechampignon, de cantharel, de boleet en de « trompette de mort ». Apothekers kunnen uitsluitsel geven of de oogst al dan niet giftig is. Opgelet dus!

Meer informatie