21-07-03

Het dorp toen

De bewoning van Saint-Laurent en omgeving gaat terug tot in de Gallo-Romeinse tijd. Aan de overzijde van de rivier - op de côte du Châtelet - zijn resten van bewoning gevonden uit deze periode die zijn geclasseerd als historisch monument. Deze bestaan uit een castellum dat werd versterkt in de 3e eeuw, een crematieplaats uit de 1e eeuw, en een begraafplaats uit de Merovingische periode (tussen 450 en 751). Verder zijn er munten, bewerkte stenen en resten van beeldjes gevonden. De opgravingen vonden plaats in de jaren 1929-1930 en de verslaglegging hiervan - inclusief kaarten, tekeningen en foto's - bevindt zich in de bibliotheek van het Institut de France in Parijs. Een aantal objecten worden bewaard in het Musée de la Princerie in Verdun.

In het Bulletin de la Société Préhistorique Française (vol. 26 [1929], no. 10, pp. 481-492) wordt in de rubriek « Nouvelles diverses » verslag gedaan van deze opgravingen:

« L'Administration des Beaux-Arts fait actuellement procéder à Saint- Laurent-sur-Othain (Meuse) à d'importantes fouilles archéologiques.
C'est notre excellent Collègue G. Chenet, du Claon, qui en assure la direction scientifique; M. Marcel Delangle, architecte des Monuments historiques lui est adjoint pour la partie technique.
Au lieudit le Châtelet des substructions gallo-romaines d'un grand monument sont entièrement dégagées : de nombreux fragments de sculptures et de bas-reliefs ont été recueillis, certains de belle conservation sont de grand intérêt.
Un puits muré a été fouillé déjà jusqu'à 30 mètres ; il a livré divers objets et des débris de sculptures des plus intéressants.
M. G. Chenet a commencé aussi l'étude, sur le flanc du « Châtelet » d'une vaste nécropole mérovingienne. Les travaux se poursuivent avec activité. »


Een jaar later meldt Chenet in Comptes-rendus des séances de l'Académie des Inscriptions et Belles-Lettres, 74e année, N. 1, 1930. pp. 27-28 dat het zou gaan om een verdedigingswerk uit de derde eeuw van een zeer bijzonder type: een meerzijdige omwalling waarin zich een grote put en de basis van een uitkijk- of verdedigingstoren bevond. Deze « burcht » zou deel hebben uitgemaakt van een linie om de verbindingsweg te verdedigen van de grote wegen tussen Reims en de Argonne naar het Rijngebied. Er zijn onder meer munten en het mondstuk van een bronzen militaire trompet gevonden. De burcht werd waarschijnlijk verwoest tijdens de grote invasie van de Germanen in de jaren 275-276.

Een kaart van het bisdom Verdun uit 1656 (Nicolas Sanson) maakt al gewag van Saint-Laurent. Voor 1790 behoorde het dorp bij Frans Luxemburg, de zogeheten « terre commune », en viel onder de proosdij van Marville en het diocees van Trier. Tot die tijd was de wereldlijke en kerkelijke heerschappij in de regio uitermate complex, maar vanaf 1790 hoort Saint-Laurent definitief bij Frankrijk, en was zelfs hoofdplaats van een canton tussen 1790 en 1800.


De kaarten van Cassini dateren uit de 18de eeuw en werden geroemd om hun kwaliteit. Om Saint-Laurent-sur-Othain te vinden klik op « rechercher un lieu », vervolgens halverwege in het pop up menu de plaatsnaam intikken, dan klikken op « rechercher » en in het vak eronder verschijnt in rood de plaatsnaam, op de plaatsnaam klikken en daarna op « carte ».

Het oude feodale kasteel is verdwenen, maar er zijn nog verscheidene huizen uit de 18e en 19e eeuw; het jaartal is boven de deur uitgehouwen. De kerk dateert uit 1808, maar het portaal en de toren uit 1790. Van de kapellen resteren nog Notre-Dame de Bon Secours (met een beeld van Saint-Donat die beschermt tegen onweer) op de weg naar Marville, en Notre-Dame de Luxembourg uit 1737 waarvan de gebrandschilderde ramen jammerlijk vernield zijn.

Beelden van toen

In vroeger tijden werden op het platteland vrijwel uitsluitend portretten en groepsfoto's gemaakt voor speciale gelegenheden, maar ook dorpstaferelen en ambachten waren een geliefd onderwerp. Om een indruk te krijgen van het dorpsleven zijn oude ansichtkaarten een goede informatiebron en daarom ook een gewild verzamelobject. Deze kaart dateert uit de periode 1900-1914.

De scheidslijn tussen toen en nu is niet altijd duidelijk te trekken, met name in een dorp waar ogenschijnlijk de tijd lang heeft stilgestaan. Niettemin zijn er veel veranderingen in het dorpsleven op allerlei vlak, maar het verleden heeft een aantal stille getuigen...

De kerk

Boven het ingangsportaal van de kerk staat een inscriptie die refereert aan de Franse Revolutie. De godsdienst werd afgeschaft, er vond een ware beeldenstorm plaats en de kerk werd een « Temple de la Raison ». De kerk van Saint-Laurent is de enige in Frankrijk waar dit nog duidelijk te zien is. De patroonheilige is vanzelfsprekend Sint Laurentius, die onder meer de bibliothecarissen onder zijn hoede heeft.

De arme Laurentius kwam droevig aan z'n eind, hij werd levend geroosterd op 10 augustus in het jaar 258. Rond deze datum wordt jaarlijks het dorpsfeest - fête patronale - gehouden. Bekende uitdrukkingen die verwijzen naar deze patroonheilige zijn:


  • Saint Laurent partage l'été par le milieu
  • Quand il pleut à la Saint Laurent, la pluie vient assez à temps
  • De la Saint Laurent à Notre Dame, la pluie n'afflige pas l'âme.

De kapel

De kapel Notre-Dame de Luxembourg dateert uit 1737 en is gewijd aan Onze Lieve Vrouwe, Troosteres der Bedroefden. Deze kapel, die buiten het dorp aan de weg naar Noers is gelegen, is al lang buiten gebruik en helaas ten prooi gevallen aan vandalen. Van de mooie gebrandschilderde ramen is niets meer over...

De molen

Vlak voor de brug over de Othain ligt een oude watermolen. Op de foto is te zien dat dit soms heel letterlijk te nemen valt, aangezien de rivier in regenrijke jaargetijden flink buiten zijn oevers kan treden. Er ontstaan dan uitgestrekte watervlakten en in het ernstigste geval wordt zelfs de weg naar Noers afgezet aangezien er dan geen verkeer mogelijk is.

De wasplaats

Tegenwoordig heeft ieder huishouden een wasmachine, maar vroeger waren er « lavoirs », publieke wasplaatsen. Deze waren overdekt en voorzien van een grote bak met koud stromend water waarin de was op « ambachtelijke wijze » werd gedaan. Voor de vrouwen was dit een uitgelezen gelegenheid voor kletsen en roddelen. In het noorden van de Meuse zijn er nog verscheidene intact en gerestaureerd. Sommige zijn heel speciaal, zoals in Lissey met het gemeentehuis boven de wasplaats, en in Halles-sous-les Côtes die lijkt op een Griekse tempel. Deze eenvoudige wasplaats in Saint-Laurent heeft een mooie dakbedekking uit gehouwen steen en is gebouwd rond 1860 volgens het tunnelprincipe. De monumentale wasplaats in Billy-les-Mangiennes huisvest een permanente expositie, en is het startpunt van een circuit.

Meer interessante historische informatie is te vinden op de webstek van het naburige dorp Sorbey.

Voor plaatjes uit de oude doos klik hier.